kievit, weidevogels

Kievit

De kievit (Vanellus vanellus) is een weidevogel uit de familie plevieren (Charadriidae). De naam wordt meestal uitgesproken als kieviet. De kievit is een zeer talrijke, tot in China broedende, forse weidevogel van ongeveer 28 tot 31 cm groot en heeft een spanwijdte van 67 tot 76 cm. Het gewicht is tussen de 150 en 300 gram.

De rug is recht en in de zomer donkergroen met een paarse en koperen gloed, wat ook voor de bovenkant van de vleugels geldt tot aan het uiteinde met de witte toppen. In de winter is de rug groener met gelige randen aan de veren. De stuit is wit en heeft een zwarte vlek met een witte rand aan het uiteinde van de staart.

Langs de flanken heeft de kievit een zwarte rand. De onderkant van de brede afgeronde vleugels zijn deels wit. Aan het uiteinde heeft de vleugel een witte rand. Vanaf daar tot een derde van de vleugel zijn de veren zwart gekleurd. De buik is wit met onder de staart een oranje vlek. Ook de bovenkant van de staartdekveren is oranje; bij het nestkrabben is die vlek duidelijk zichtbaar. Van borst tot keel heeft de mannelijke kievit een zwarte band die doorloopt als een zwarte streep onder het oog en over de zwarte korte snavel. De keel is bij het vrouwtje gespikkeld zwart-wit. Op de wang heeft de kievit een witte vlek. De nek is zwart tot grijs. De kievit heeft een hoog voorhoofd en een zwarte kap die overgaat in de voor de kievit zo karakteristieke zwarte kuif. Deze kuif is bij de vrouwtjes korter dan bij de mannetjes. In de winter is de kuif van het mannetje korter dan in de zomer.

Vlucht
Kenmerkend zijn de brede vleugels en de relatief langzame, flappende vlucht. In de paartijd halen mannetjes acrobatische capriolen uit in de lucht. In Friesland heet dat “oer de wjuk gean”, ‘over de wiek gaan’.

Verspreiding en habitat
De kievit is een bekende weidevogel in Europa. Oorspronkelijk broedden kieviten op grassteppen in gematigd Europa en Azië. De mens is deze gebieden steeds meer gaan gebruiken voor het houden van vee en het verbouwen van gewassen. De kievit is één van de weinige soorten die zich goed kon aanpassen aan de veranderde omgeving. Tegenwoordig broedt de kievit in allerlei grote open terreinen langs de kust en in het binnenland, meestal op (maïs)akkers, weilanden en graslanden.

Status in Nederland
Sinds 1990 is er een afname van een paar procent per jaar, zoals blijkt uit onderzoek van o.a. Sovon. In 2000 werden 200.000 tot 300.000 broedparen vastgesteld. Genoemde oorzaken zijn de steeds intensievere landbouw, de lage waterstand, predatie en verstedelijking.

Status Internationaal
Ook op wereldschaal blijkt dat de kievit in aantallen achteruitgaat. Om deze reden staat deze soort sinds 2015 als gevoelig op de Rode Lijst van de IUCN. (International Union for Conservation of Nature, internationale unie voor natuurbescherming)

Gedrag
De kievit komt in het najaar in grote groepen samen om naar het warme zuiden te trekken. Bij gevaar veinst een kievit een gebroken vleugel en probeert zo een naderende wezel, vos of hermelijn weg te lokken bij het nest.

Voedsel
Het hoofdvoedsel van de kievit wordt gevormd door rode regenwormen. Daarnaast eten ze allerlei insecten en ook onrijpe zaden. De beschikbaarheid van wormen bepaalt ook hoeveel vogels zich kunnen vestigen in een bepaald gebied.

Voortplanting
Het broedseizoen van de kievit loopt van half maart tot in juli. Het vroegst bekende eerste landelijke kievitsei werd gevonden op 2 maart 1998 (bij Ermelo); het laatste bijna een maand later, op 31 maart 1969 (bij Garijp). Vogels waarvan het eerste broedsel is mislukt, proberen het daarna nogmaals, soms tot wel viermaal. Een volledig legsel bestaat uit vier eieren van gemiddeld 47 x 34 mm. Het broeden duurt 26 à 28 dagen. Het nest wordt gemaakt in een ondiep kuiltje op een plek met niet te veel gras. Meestal broedt de kievit op grasland, maar ook op bouwland worden kievitsnesten aangetroffen. Maïs is heel geliefd.

(foto: Bennie v.d. Brink)